Custom Check

Veelgemaakte fouten in een douaneaangifte (en hoe u ze voorkomt)

Bijgewerkt op 14 sep 2026

De meeste vertragingen bij de douane komen niet door ingewikkelde regelgeving, maar door ontbrekende of tegenstrijdige gegevens in het dossier. Dit zijn de fouten die we het vaakst zien, hun gevolgen en hoe u ze voorkomt.

1. Land van oorsprong ontbreekt of wordt verward met het land van verzending

De oorsprong van goederen is het land waar ze volledig zijn verkregen of hun laatste ingrijpende be- of verwerking hebben ondergaan. Dat is niet noodzakelijk het land van waaruit ze worden verzonden: schoenen die in Vietnam zijn gemaakt en vanuit een magazijn in China worden verstuurd, blijven van Vietnamese oorsprong.

De oorsprong bepaalt de geldende rechten, eventuele antidumpingmaatregelen en de toegang tot tariefpreferenties. Een ontbrekende of onjuiste oorsprong is een van de meest voorkomende oorzaken van controles en navorderingen.

2. Tegenstrijdige gewichten

Het nettogewicht (alleen de goederen) kan niet hoger zijn dan het brutogewicht (goederen plus verpakking). Deze omwisseling, vaak het gevolg van kopiëren uit de paklijst, wordt door controlesystemen direct opgemerkt.

  • Controleer dat elke regel een nettogewicht heeft dat lager is dan of gelijk is aan het brutogewicht.
  • Vergelijk het totaalgewicht met dat op het vervoersdocument.
  • Gebruik op alle documenten dezelfde eenheid (kilogram).

3. Onvolledige waarde of ontbrekende valuta

Bij invoer in de Europese Unie omvat de douanewaarde in principe de betaalde prijs plus de vervoers- en verzekeringskosten tot de EU-grens. De Incoterm geeft aan welke kosten al in de gefactureerde prijs zitten: zonder Incoterm dreigt de aangegeven waarde te laag te zijn.

Een waarde van nul, een niet vermelde valuta of een factuurtotaal dat afwijkt van de som van de regels zijn signalen die leiden tot verzoeken om bewijsstukken.

4. Een te vage omschrijving

‘Reserveonderdelen’, ‘accessoires’, ‘goederen’ of ‘monsters’ maken het onmogelijk het product in te delen of het risico te beoordelen. De omschrijving moet vermelden wat het product is, waarvan het gemaakt is en waarvoor het dient: ‘stalen kogellagers voor industriële machines’ in plaats van ‘onderdelen’.

Bij zendingen waarvoor een ENS (ICS2) geldt, kan een vage omschrijving zelfs het laden blokkeren.

5. Een verkeerd opgemaakte of ongecontroleerde goederencode

De GS-code heeft 6 cijfers die wereldwijd gelijk zijn, de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van de EU heeft 8 cijfers en de TARIC-code 10 cijfers bij invoer in de EU. Een code met het verkeerde formaat wordt afgewezen; een correct opgemaakte maar verkeerd gekozen code leidt tot onjuiste rechten.

De code van de leverancier ongecontroleerd overnemen is riskant: de importeur blijft verantwoordelijk voor de indeling.

6. Geen EORI-nummer

Elk bedrijf dat in de Europese Unie invoert of uitvoert, heeft een EORI-nummer nodig. Het begint met de landcode, gevolgd door een nationaal nummer. Zonder geldig EORI kan de aangifte niet worden ingediend.

7. Ontbrekende documenten

Handelsfactuur, paklijst en vervoersdocument vormen de basis van het dossier. Vraagt u een preferentieel tarief aan, dan is het oorsprongsbewijs onmisbaar: zonder dat bewijs gelden de volledige rechten, soms achteraf.

Zo voorkomt u deze fouten

De meest doeltreffende methode is het dossier systematisch te controleren vóór u de aangifte voorbereidt, met een vaste checklist. Precies dat doet onze gratis tool: hij controleert de onmisbare velden, de samenhang en de documenten en geeft u een score en een lijst met acties.

Is uw dossier klaar?

Controleer het gratis in enkele minuten, voordat u uw aangifte voorbereidt.

Mijn dossier gratis controleren